Op kerstavond gingen we allen met een tevreden gevoel naar ons bedje, met een warmwater kruik, voor onze voetjes, want er was geen verwarming op de hoogste verdieping. En dikwijls stond het ijs op de ramen van enkel glas. Maar we sliepen per twee, lepeltje in lepeltje, lekker geborgen en warm.
Kerstdag begon met de Eucharistieviering in de parochiekerk, waarin regelmatig kinderen en volwassenen een taak te vervullen kregen, rond de kerststal, of zingend. Dat was in die tijd een beetje revolutionair, vermits de Missen toen nog in het Latijn gebeurde. Terug thuis werd er ontbeten en luisterden we naar de rechtstreekse uitzending van uit Rome met de zegen Urbi et Orbi, aan de Stad en aan de Wereld.
Daarna was het tijd om de tafels feestelijk te dekken, met dennengroen en dennenappels.
Ook kleine rode appeltjes en linten van dezelfde kleur en echte zelfgenaaide, kerstservetten, sierden de tafel.
Moemoeke had haar mooiste glazen bovengehaald, want één van de schoonzonen zou voor een paar flesjes wijn zorgen. In de keuken werd de laatste hand gelegd aan de lekkere, maar eenvoudige gerechten, de kalfsfricassee pruttelde op een laag vuurtje en de tomatensoep met ballekens stond te blozen van contentement!
De drie zussen, die ieder een echtgenoot en samen tien kinderen meebrachten, hadden ook voor kleine geschenken gezorgd. Een pakje echte “goei boter”, een doos koekjes van Delacre, sinaasappelen recht uit Spanje.
De voorkamer, waar een klein “duvelke” brandde, was omgetoverd tot kinderparadijs.
De oudsten waren tien, de jongste één tot twee jaar. Zoals we ’s zomers in onze tuin, samen “ vaderke en moederke “ speelden, werd nu Kerstmis en de vlucht naar Egypte nagespeeld.
“Aan tafel!!!!” Dat was maar een woord, de lage tafel gedekt voor de kleinsten, met één van de grote zussen erbij. De grote tafel, voor de volwassenen. Grootvader, vava, zong met zijn mooie tenorstem het gebed voor het eten. “Amen”, klonk het als uit een mond.
De tafel, de versiering en vooral het lekker eten, werden gekeurd en door iedereen gewaardeerd. Als dessert was er vanillepudding met warme kersen, in verschillende vormen gegoten. Er werd veel verteld en gelachen en ook toen reeds, herinneringen opgehaald, “weet je nog, toen bij ons thuis….”
Mijn vader, die een schitterende verteller was, kon zowel de kinderen als de volwassenen boeien.
Nonkel Jozef, de grappigste van de schoonbroers, moest alle dameshoeden passen en trok daarbij de gekste snuiten.
Nonkel Henri, de verzamelaar vertelde over zijn jongste aanwinsten van postzegels en nonkel Marcel genoot glimlachend van het lekkere wijntje,
dat hij zelf had meegebracht.
Als de tafel afgeruimd was, doken de drie zussen de keuken in, want ze vonden dat moemoeke en hun jongste zus Louisa reeds genoeg gewerkt hadden.
Maria, Annie en Margriet, zorgden er samen voor dat de keuken weer blonk als een spiegel.
In de woonkamer werd vava gepraamd om toch nog eens te zingen. Eigenlijk moest men dat geen twee maal vragen.
Ik wed dat menig voorbijganger, als er dan nog waren op dat late uur, stil gestaan heeft voor het huis van nummer vijf en meegenoten heeft, van de meerstemmige zang van Vlaamse maar ook van Franse kerstliederen.
Ik, in ieder geval, voel nog de intense sfeer die ons omringde.
Een sfeer van vrede, liefde en vriendschap voor elkaar. Wij vormden echt een grote mooie familie, die altijd voor elkaar, maar ook voor anderen klaarstonden.
Volgende keer, “ grootmoeder en de zigeunerkindjes! “ Zie verhalen 2008
Zalig Kersfeest
ria - 25.12.07