NATURE and POETRY
( pagina 31 - poëzie 2008 )

webmaster - ria

www.ria-nature-and-poetry.be

 

 

.........................................................................................

Mijn vorige webpagina
SEASONS

 

 

2007

Home

Over mijzelf


POEZIE over:


NATUUR en TUIN
GEVOELENS en MAATSCHAPPIJ
GENEGENHEID en LIEFDE
RELIGIE en GEBED

AFSCHEID en VERDRIET

FOTO-GEDICHTEN
PPS-VOORSTELLINGEN


FOTO'S 2007

Blauwe luchten
Lentebloeiers
Witte voortuin
Volop zomer
Rozen in de tuin
Herfst
Winter


VERHALEN

Reisverhalen
Andere



Mijn Gastenboek

 

Naar intro 2008

 

....................................................

Poezie 2008 - Boeiende gedichten

 

Spiritualiteit

 

 

 

Met engelen te zingen

 

Ik heb de stilte aangetikt,
Ik vroeg haar met weinig woorden of ik binnen rusten mocht,
Want ik was zo moe van het lawaai van alledag;
En de stilte liet me toe.

En in de stilte heb ik water horen zingen in de beken;
En langs rotsen floot de wind haar melodie;
En aan de bomen ruisten bladeren hun taal;
En heel de wereld leefde op in een biddend lied.

Ik heb het mogen horen
Toen ik daar te rusten zat in die genadetuin van God;
Want ik was zo moe van het lawaai van alledag,
Van het jachtige verkeer, de snelle tred;
Van de chaos, van de herrie, van de haast.

Maar dat is voorbij gegaan;
Verzaligd heb ik in Gods stilte zijn stem beluisterd
In het leven om me heen.
Zelfs de allerkleinste kelen trillen klanken naar de wereld;
Alle zielen, zelfs de bloemen zingen langzaamaan naar rust...

Het is het wonder van de schepping!
De godgegeven tonen van het leven,
Geheiligd tot een lied, een hemels gezang...
Ballades voor de engelen...

Uit de weldaad van Gods stilte ben ik verkwikt teruggekeerd.

auteur onbekend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Adriaan Roland Holst

 

DE PLOEGER

Ik vraag geen oogst; ik heb geen schuren -

Ik sta in uwen dienst, zonder bezit -

Maar ik ben rijk in dit:

Dat ik de ploeg van uw woord mag besturen,

En dat gij mij hebt toegewezen

Dit afgelegen land en deze

Hooge landouwen, waar - als in het uur

Der schafte bij de paarden van mijn wil

Ik leun vermoeid en stil -

De zee mij zichtbaar is zoover ik tuur.

Ik vraag maar een ding: kracht

Te dulden dit besef, dat ik geboren ben

In 't najaar van een wereld

En daarin sterven moet -

Gij weet hoe, als de ritselende klacht

Van die voorbije schoonheid mij omdwerelt,

Weemoed mij talmen doet

Tot ik welhaast voor u verloren ben -



Ik zal de halmen niet meer zien

Noch binden ooit de volle schoven,

Maar doe mij in den oogst geloven

Waarvoor ik dien -

Opdat, nog in de laatste voor,

Ik weten mag dat mij uw doel verkoor

Te zijn een ernstige ploeger op de landen

Van een te worden schoonheid; eenzaam tegen

Der eigen liefde dalend avondrood, -

Die ziet beneden aan de sprong der wegen

De hoeve van zijn deemoed, en het branden

Der zachte lamp van een gelaten dood -


Adriaan Roland Holst - 1917

(1888-1976)

 

HOME

index poëzie 2008

intro 2008