Herinneringen,
Gisteravond keek ik naar Braambos, de uitzending van de Katholieke radio en TV omroep.
Er waren twee getuigenissen. De eerste getuigenis was een intervieuw met de Abt van een
Benedictijner abdij in Engeland, Christopher Jamison.
Er werd voor BBC-2 een documentaire daarover gemaakt en er is ook een boek van zijn hand
Finding Sanctuary in het nederlands - Getuigenissen van een abt - uitgegeven bij Lannoo
Ik kom later nog op dit onderwerp terug.
Abdij van Christopher Jamison:
www.worthabbey.net/flash_index.html
Het tweede deel was een interview met een dame, Chris Coppens, moeder van vijf kinderen en
pastorale werkster in en buiten haar parochie. Een enthousiaste en zeer gedreven vrouw, zo kwam
ze bij mij over. Zij voelt zich persoonlijk gedragen door God, die haar drijvende kracht is.
Reeds van kindsaf had ze die ervaring.
Als ze bang was, bv. van het donker, van angst om de dood, van dingen die haar verontrustten,
dan merkte ze dat die angst langzaam wegtrok als ze begon te bidden.
Dat deed bij mij een belleke rinkelen.
Opeens herinnerde ik mij de eerste getuigenis over mijn geloof.
En waar ik nog om zou uitgelachen worden ook!
In september 1947 brak er een epidemie uit van de rode koorts, wat een besmettelijke en
ernstige (kinder)ziekte was. Wie niet thuis kon verzorgd worden moest zes weken naar het ziekenhuis.
Ook ik werd ziek en moest opgenomen worden, omdat ik nog drie jongere zusjes had en vooral
omwille van de risico's voor mijn moeder, die twee maanden zwanger was.
Mijn vader begeleidde mij. Na heel wat rondrijden in een ambulance, van kliniek naar kliniek,
werd ik eindelijk opgenomen in het Stappaerts ziekenhuis in Antwerpen.
We sliepen met een achttal kinderen op één slaapzaal. Het was een vrijdag of een zaterdag.
De zaal was pas gekuist en op de nachtkastjes lagen pas gewassen en gestreken napjes
We hadden een sinaasappel gekregen en verscheidene onder ons hadden de pellen daarvan op
die propere napjes gelegd. Gevolg, de nodige plekken.
Ik was toen zeven, maar er waren ook jongere kinderen die dat gedaan hadden.
Een boze verpleegster sloot ons op in een kamerke naast onze zaal. Op zich was dat niet zo erg,
maar een paar dagen voordien was daar een dodelijk zieke vrouw binnengebracht.
Dat vooral maakte mij angstig, want nu gingen wij misschien ook allemaal dood gaan.
Ik vermoed dat ik de oudste was uit het gezelschap. Er waren verschillende kleinere kinderen
die begonnen te wenen. Ik stelde voor aan de kleintjes op samen te bidden, zodat we spoedig
terug naar ons eigen bed mochten. De kleintjes waren akkoord en we baden samen weesgegroetjes.
De rust keerde terug.
Toen we, na korte tijd teruggehaald werden en in de grote zaal binnenkwamen, werden we werkelijk
op hoongelach onthaald. Er waren enkele oudere kinderen, omstreeks negen à tien jaar.
Zij lachtten ons en vooral mij uit, omwille van dat bidden. Zij hadden alles gehoord.
Ik echter wist dat wij door het bidden minder angstig waren geweest.
Dat was mijn eerste getuigenis over mijn geloof en gisteravond bij het zien en horen van die dame
moest ik daar aan terugdenken..
ria - 10 december 2007